Zo stel je een moestuinplan op

Blog overzicht
21617732-1678345082176329-6680522614330245979-n.jpg

Afgeboord met buxus, romantische bedden met organische vormen, veel bloemen, met zo’n net opstaand randje, zo’n beetje gelijk de tuinen van Versailles, keistrak zodat het past bij ons modern huis, ook iets met een waterornament voor de vogeltjes, weet je wel.

Tussen droom en daad zitten een heleboel weekends waarin je weer geen tijd hebt om de moestuin aan te leggen, laat staan te onderhouden. Hier spreekt een ervaringsdeskundige en de ervaring leerde mij dat je maar beter voor een praktische moestuin kan gaan, eentje waar je geen tijd verdoet aan onkruid van de paadjes verwijderen, ornamenten weer rechtop zetten en buxushaagjes snoeien.

Hieronder mijn basistips voor het opstellen van je moestuinplan

De ligging: Een moestuin heeft zon nodig, veel zon. Minstens zes uur per dag in lente en herfst.

Een omboording: Kan handig zijn om honden, konijnen, kippen en andere dieren uit de moestuin te houden. Ze kunnen allemaal behoorlijk wat schade aanrichten.

Een hoge omboording met een opening naar het zuiden ‘vangt’ de zon en breekt de wind.

Water: Het is heel erg praktisch om water in de moestuin te hebben zodat je in de zomer niet met emmers moet zeulen. Ik kan in mijn moestuin beschikken over grondwater en ik vang ook het regenwater aan de serre op.

Wees praktisch: Boordjes met buxus kunnen heel mooi zijn, maar vragen ook weer tijd. Paden in gras zijn aangenaam om op te lopen, maar niet altijd even makkelijk om af te rijden wanneer pompoenen en courgettes over hun grenzen gaan. Gras is ook moeilijk uit de bedden te houden.

Werk met vaste bedden: Zodat je elk jaar hetzelfde teeltplan kan gebruiken (dat dan wel één perk opschuift) wat voor veel duidelijkheid zorgt. Tegelijk blijft de grond van de perken luchtig zodat je hem nooit betreedt. Zorg er ook voor dat de paden breed genoeg zijn zodat je overal geraakt met een kruiwagen.

Maak minstens 4 of beter nog 6 bedden: Groenten worden best samen gezet naargelang hun voedselbehoeftes, zo hebben prei, kolen en courgettes veel meer compost nodig dan aardappelen. Worteltjes en erwten hebben dan weer geen extra compost nodig. Bepaalde groenten putten de grond ook meer uit dan andere en sommige laten ook plagen in de grond achter die zich het seizoen er op te goed doen aan de volgende generatie (planten van dezelfde familie). Door hiermee rekening te houden in je plan bespaar je jezelf behoorlijk wat gedoe.

Een praktische en beproefde indeling is de volgende:

  • Bed 1: kolen (alle kolen, ook radijsjes en rucola),
  • Bed 2: bladgewassen (prei, selder, snijbiet, spinazie, sla…),
  • Bed 3: vruchtgewassen (pompoenen, courgettes, tomaten, komkommers, paprika…),
  • Bed 4: wortel- en knolgewassen (ui, wortel, rode biet, venkel …),
  • Bed 5: aardappelen en als laatste
  • Bed 6: peulgewassen (erwten, bonen…).

Heb je maar plaats voor vier bedden dan kan je de bladgewassen bij de vruchtgewassen of kolen zetten. De aardappels kan je weglaten of bij de wortelen indelen.

Kleine tuinentip: Je kan niet alleen kruiden, maar ook heel veel groenten in bakken, zakken of kuipen telen zodat je nog kan uitbreiden naar je terras of vensterbank. Aanraders: peterselie in een pot, sla of radijsjes in een vensterbak, aardappelen in een zak, boontjes in een grote emmer …

moestuin mme zsa zsa